Weblog Bengalezen 2011
Houd dit weblog bij van de Bengalese vakjongeren die van 3 t/m 15 oktober in Nederland zijn. Zij zullen lessen volgen en opdrachten maken met Nederlandse jongeren op het Calvijn College in Krabbendijke. Veel leesplezier!
'It’s impossible to say in one word.' - maandag 10 oktober
“It’s impossible to say in one word.” Sabuj kijkt me serieus aan. We zitten met alle Bengaalse gasten en 4 gastouders bij elkaar. De lesdag is zojuist begonnen. Het afgelopen weekend zijn ze in tweetallen te gast geweest in een Nederlands gezin. Spannend, niet alleen voor de Bengalen, maar ook voor de gastgezinnen. Zal alles wel goed gaan? Waar moeten we het met elkaar over hebben? Kunnen we elkaar wel begrijpen? En nu is het maandag, en een heel bijzonder weekend is achter de rug.
Omdat niet iedereen direct alle zorgen en problemen op tafel zal leggen, gaan we eerst maar eens kijken naar de verschillen. Wat is er opgevallen aan de Nederlandse cultuur? Aarzelend worden er enkele aspecten opgenoemd, maar gaandeweg komt er steeds meer naar voren. Het bewust niet hebben van een televisie, was absoluut onbekend voor de Bengalen, maar wordt als een groot pluspunt gezien: er is meer tijd om aandacht aan het gezin te besteden.
Het snoepen in de kerk wordt ook genoemd door de Bengalen als opvallend, net als de plek die een kerkenraad in de dienst heeft. Verder is Nederland erg georganiseerd, en dat wordt als compliment gezien, blijkt als ik me dat hardop afvraag. De Nederlandse “gastmoeders” geven aan dat hun gasten zo ontzettend bescheiden waren, overal dankbaar voor zijn en zich heel dienstbaar opstellen. Dat sommige mensen het niet op prijs stelden dat hun kinderen midden op straat een goedbedoelde aai over de bol kregen, vinden de Bengaalse jongeren maar raar. Wantrouwen tegenover een onbekende is hen vreemd.
Drie kwartier later zijn we er met elkaar achter dat het voor iedereen zeer geslaagd was. Er is vooral veel geleerd van elkaar, over de andere cultuur, maar niet in de laatste plaats ook over de eigen gewoontes, die soms helemaal niet zo vanzelfsprekend zijn.
Terug naar Sabuj. Gelukkig glinsteren zijn serieuze ogen wel. “It’s just impossible to say in one word, because it was very, very, very great!” Ik slaak stiekem een zucht van verlichting. Het weekend is niet in één woord samen te vatten, want het was heel, heel, heel erg geweldig!
Een spannend weekend wacht! - vrijdag 7 oktober
Deze vrijdag is een drukke dag voor de Bengalen. Het komende weekend brengen ze namelijk in tweetallen door in gastgezinnen. Dat betekent na het ontbijt direct koffers pakken, bedden afhalen, vuilniszakken wegbrengen en de verwarming laag. En dan snel door naar school waar de gisteren (tot ’s avonds laat aan toe) goed voorbereide presentatie gegeven gaat worden.
In een gevulde aula wordt er drie keer achter elkaar een presentatie gegeven over Bangladesh en CSS. Iedereen draagt een steentje bij, er wordt gezongen, gepresenteerd, gedanst en een verhaal uitgebeeld. Een heel herkenbaar verhaal voor de gasten, maar voor ons Nederlanders niet. Een vader die zijn zoon aan het werk wil zetten, omdat er geen geld is voor school. Dankzij CSS kunnen deze kinderen toch een opleiding volgen en zelfs een baan vinden. Eenvoudig uitgebeeld, maar de boodschap is best wel indrukwekkend. Dat geldt zeker ook voor het gezongen volkslied. Een land dat pas 40 jaar geleden onafhankelijk is geworden, en daar veel offers voor heeft moeten brengen. Dat er bij sommigen tranen in de ogen staan, is dan ook niet echt verwonderlijk.
Terwijl ’s middags de leerlingen in de Engelse les praten met elkaar, komen de eerste gastouders binnen. Het weekend staat voor de deur. En ook al is iedereen enthousiast, toch zijn er vragen. Rina en Els leggen eerst iets uit over cultuurverschillen. Het is goed om te beseffen dat niet iedereen denkt als een Nederlander. Praktische tips kunnen veel verrassingen voorkomen. Het is voor christelijke Nederlanders bijvoorbeeld heel vanzelfsprekend om een maaltijd gezamenlijk af te sluiten met Bijbellezen en gebed. Net als in veel andere landen, zijn Bengaalse christenen gewend om voorafgaand aan de maaltijd te bidden en te danken. En als je dat dus niet weet, kan het heel raar zijn als je gast zomaar van tafel opstaat en vertrekt.
De verwachtingen van het weekend worden met elkaar besproken, en iedereen is het erover eens: we maken er wel wat van, want het wordt vast heel gezellig! Na een klein uurtje vragen, tips en voorbeelden wordt het tijd om te vertrekken. Een spannend weekend wacht!
‘Kijk, mijn vader en moeder’ - donderdag 6 oktober
‘Kijk’, zegt Gabriël Baidya. ‘Dit zijn mijn vader en moeder’. Hij pakt een envelop en haalt er een trouwfoto uit van een Nederlands echtpaar uit Zeeland. Hij begint te lachen: het zijn foto’s van zijn sponsorouders. Gabriël is één van de Bengalese leerlingen die deze weken in Zeeland is. Hij maakt bovendien al jaren deel uit van het financiële-adoptieprogramma van Woord en Daad, en volgende week zal hij zijn Nederlandse ‘ouders’ voor het eerst in het echt ontmoeten. Alles foto’s en brieven die hij van hen gekregen heeft, heeft Gabriël meegenomen naar Nederland en hij is er erg zuinig op.
Stukje bij beetje leren de leerlingen uit Bangladesh steeds meer van Nederland kennen. Van de stamppot als diner – die ze na even te twijfelen toch met smaak opeten – tot allerlei gesprekken met toevallige voorbijgangers. Want of ze nu op de dijk bij de Oosterschelde staan, of op een rondvaartboot in de haven van Rotterdam: de Bengalezen knopen met iedereen een praatje aan. En totnogtoe praten alle Nederlanders die ze tegenkomen, vriendelijk met ze mee.
Op het Calvijn College werken ze intussen aan gezamenlijke opdrachten met leerlingen metaal, bouw en verzorging. En verder leren ze Nederland kennen. Van de haven en dierentuin van Rotterdam tot de beroemde stormvloedkering in de Oosterschelde.
Binnenkort verschijnt er meer nieuws in het weblog!
Lachen om een zwemmende hond - dinsdag 4 oktober
Een beetje verbouwereerd komen ze maandag op Schiphol door de deuren van de aankomsthal gelopen. Direct toen het vliegtuig geland was en de passagiers uitstapten, werden de 16 Bengaalse bezoekers door de Koninklijke Marechaussee uit de rij gepikt en moesten ze direct meekomen. Want 16 mensen uit Bangladesh die zomaar op bezoek komen in Nederland? Dat komt bijna nooit voor. Zou dat wel kloppen?
Gelukkig bleken alle papieren in orde te zijn, en met een kleine vertraging zetten de 12 leerlingen en vier begeleiders uit Bangladesh hun eerste officiële stappen op Nederlandse bodem.
De leerlingen studeren aan het Hope Technical Institute in Kuhlna in Bangladesh: een vakschool waar zij onder meer leren voor naaister, bouwvakker of meubelmaker. De leerlingen komen uit arme gezinnen, sommigen wonen in sloppenwijken. Maar met deze opleiding, die gesteund wordt door Woord en Daad, kunnen ze een goede baan krijgen en hoeven hún kinderen later niet in armoede te leven.
Intussen kijken ze op hun eerste dag in Nederland hun ogen uit. ‘Wat is dat?’, vraagt schooldirecteur David Gomes, als hij op de snelweg glazen geluidsschermen ziet. Als hij uitleg krijgt bij de enorme ‘ramen’ langs de weg, grinnikt hij. ‘Alles is in Nederland heel goed geregeld, zie ik.’
Aangekomen in Zeeland, waar de groep de komende twee weken verblijft in Wemeldinge, proesten de leerlingen – met name de meiden – het een paar uur later hartelijk uit. Ze zijn even naar de Oosterschelde gelopen, waar net op dat moment een Nederlandse vrouw haar hond een eind laat zwemmen. De combinatie van de blote benen van de vrouw (in Bangladesh zul je dat nooit zien in het openbaar), die half in het water staat, en de hond die zich lustig uitschudt, leidt tot vrolijke reacties bij de Bengalen.
Sommige dingen zijn voor hen gelukkig wel net als ‘thuis’. De kok heeft rijst voor ze gekookt met curry. In Bangladesh zijn de leerlingen gewend soms wel drie keer per dag rijst te eten. ‘Gelukkig’, verzucht een van de leerlingen, als zij ziet dat er rijst op het menu staat. ‘Ik was al bang dat ik in Nederland twee weken lang geen rijst zou krijgen.’





























